Terug naar Kosovo: blog dag #5

Elke dag denk je: vandaag zal het wel wat minder worden dan de vorige. Maar dat blijkt toch niet zo te zijn. Na een indrukwekkende tocht door de bergen in het westen van Kosovo, zouden we wat gaan eten met Vjollca en haar kinderen. Wat Andries alleen niet wist was dat er in het geheim een surpriseparty voor hem was georganiseerd waar zijn volledig team van 19 jaar geleden bij aanwezig was.

Deze dag hebben we voor het eerst echt een afstand gereden door Kosovo. Het is zo’n klein land dus je denkt op een gegeven moment dat alles dichtbij is. Maar vandaag flink gereden door de bergen bij Peja. Het is de derde stad van Kosovo en ligt aan de voet van de Albanese Alpen. Tijdens de oorlog is deze stad met ruim 130.000 inwoners volledig verwoest. Dus elk gebouw dat wij daar gezien hebben vandaag is niet ouder dan 19 jaar.

We zijn daarna richting Gjakova gereden en wat tijdens die tocht een enorme indruk maakte waren de talloze begraafplaatsen en monumenten voor de gevallen UCK strijders. Mensen van alle leeftijden lagen daar, maar het gros was gestorven in 1999. En overal wapperde een Kosovaarse vlag en lagen er bloemen. Die tijd is nog zo actueel als het maar kan.

In Prishtina is het heel mooi om te zien hoe Albanezen, Serviërs en andere bevolkingsgroepen zonder problemen naast elkaar wonen en werken. Men beschouwt elkaar als mens en niet als bevolkingsgroep. Maar in de bergen bij het grensgebied met Albanië, waar de UCK zijn ontstaansgeschiedenis heeft, zie je een andere werkelijkheid. In Kosovo staat bij elke stad en elk dorp de naam twee maal op de borden langs de weg. Eénmaal in het Albanees en daaronder in het Servisch. De hele weg van Peja tot aan Gjakova en verder was de Servische plaatsnaam ofwel afgeplakt met ducttape, ofwel met zwarte spuitbus onleesbaar gemaakt.

Voordat we weer de weg naar Prishtina zouden volgen leidde Andries ons nog even langs een bergdorp via een mooie afgelegen zijweg. De koeien liepen er over de weg, begeleid door honden of jonge kinderen. Je moet voorzichtig rijden, want voordat je het weet staat er een kind of een koe voor je auto. Negentien jaar geleden reed Andries ook over die weg die toen was vergeven van de bermbommen. De weg kon je wel veilig berijden, maar je moest er onder geen beding af gaan. In een konvooi van witte VN voertuigen namen zij die weg om de hoofdweg naar Prishtina af te kunnen snijden. Een jongetje met zijn koe liep hen tegemoet. De weg was smal en de koe week uit de berm in. Het jongetje wilde zijn koe nog redden. Andries kon niet anders dan toekijken om vervolgens aan het VN hoofdkwartier te melden dat de bermbommen op die weg weer twee slachtoffers hadden geëist.

In Prishtina deden we vanavond alsof we op weg waren naar Vjollca om met haar te gaan eten. Maar eenmaal aangekomen in de bar, schrok Andries zich wezenloos om daar zijn volledig team te zien zitten van 19 jaar geleden. Een fantastische reünie van mensen die toen 3 maanden met elkaar gewerkt hebben en sommigen werken er nog steeds. Je voelt de geschiedenis, je ziet het verdriet in de gezichten, maar ook de blijheid van het hier op deze avond om samen te zijn weer met elkaar te kunnen vieren. Ik ken Andries niet zo goed om te weten hoe hij er op zijn gelukkigst uit ziet. Maar ik denk dat ik daar vanavond wel een glimp van heb mogen opvangen.