Terug naar Kosovo: vlog dag #3

Vandaag was de dag van de verhalen. Over de geschiedenis van de Albanezen op de Balkan van 600 jaar terug tot nu, over het gevangeniswezen in Kosovo dat dankzij steun van de EU nu voor één op de duizend Kosovaren een cel beschikbaar heeft en over de te vroege dood van een beste vriend en theaterregisseur die Arturo Ui van Bertold Brecht als laatste had geregisseerd.

Andries wilde de plekken bezoeken die hij op zijn oude foto’s had staan en daar weer nieuwe foto’s van maken. Dan kijk je naar een stad op zoek naar de juiste plek en gaan je hele grappige details opvallen. Een gebouw dat op de oude foto kapot geschoten was en nu weer opnieuw was opgebouwd en er hetzelfde uitzag maar ook weer heel anders. Het gebouw heette de Twin Towers ook al was het er maar één, maar ik denk dat dat misschien ook wel iets te maken had met de eerste toren die er nu niet meer is.

We dronken koffie met Violeta en haar man Ilir. Violetta was Andries’ tolk en Ilir was één van de bewakers in Lipjan toentertijd. Nu is hij hoofd beveiliging van alle penitentiaire inrichtingen van Kosovo en dat blijken er in de afgelopen 19 jaar een stuk meer te zijn geworden. Maar het aantal gedetineerden is nog steeds hetzelfde als toen, ook al is de bevolking wel gegroeid, wat resulteert in prachtige grote gevangenissen die maar voor een kwart gevuld zijn of nog minder. Op de vraag of en hoe de oorlog voor hem nog steeds aanwezig was, antwoorden hij vooral in spelletjes. Dan komt opeens weer de haat naar boven die in het dagelijks leven bijna nauwelijks aanwezig is. En als ik dan bedenk hoe lang het heeft geduurd voor wij in Nederland weer een beetje normaal naar voetbal tegen Duitsland zijn gaan kijken en dat we dat soms nog steeds lastig vinden, zal dat hier ook nog wel zijn tijd nodig hebben.

Gisteren waren we uitgenodigd door Isuf en Fadil uit Lipjan om met hen te gaan eten. We werden ontvangen op een omheind terrein dat een mix had van de Veluwe en de Efteling. Prachtig beschut door bomen stonden er overal met boomstammen prieeltjes overdekte tafels en er klonk muziek uit vogelhuisjes. Maar er liepen ook pauwen rond en achter de hekken stonden grote herten die zo tam waren dat je ze bij hun enorme gewei kon vast pakken. Binnen was het een blokhut met een keur aan opgezette beesten en een fijn knetterend haardvuur.

Op mijn vraag aan Isuf, die tijdens de oorlog in het leger zat, of hij daar iets over wilde vertellen, werd met een enorm verhaal over de geschiedenis van onderdrukking van de Albanezen op de Balkan die 600 jaar geleden begon, mijn eigenlijke vraag vakkundig ontweken. Ik begreep nog wel dat hij zelf gevochten heeft, maar het vele zuchten van Fadil gaf wel aan dat dit het gespreksonderwerp is waar liever niet over wordt gesproken.

Elke Kosovaar heeft wel iemand verloren en iedereen is vooral ook gericht op de toekomst. Het gaat veel beter nu dan voor de oorlog, toen de onderdrukking nog alomtegenwoordig was. En ze willen graag verhalen vertellen, over hun land, over hun vrienden en familie en over hun geschiedenis. Maar misschien is het nog te vroeg om de verhalen van de gruwelijkheden te kunnen vertellen. Of misschien ben ik daarin te Westers om te denken dat dat het interessantst is. Ik kom er steeds meer achter dat juist de verhalen over je land, over je vrienden en familie en over je geschiedenis, dat dat de verhalen zijn die zó de moeite van het vertellen waard zijn.