Terug naar Kosovo: vlog dag #4

Vandaag hebben we koffie gedronken met de man die weet hoe hij met buskruit zijn concurrentie uit kan schakelen, maar ook met de man die weet hoe hij om moet gaan met de mensen die het leed van de oorlog niet meer te boven zijn gekomen en in een inrichting zijn beland.

Vlakbij Lipjan ligt het dorp Shtime, wat overigens veel levendiger aandoet dan het kleine stadje Lipjan. En in Shtime ligt één van de drie psychiatrische inrichtingen van de Balkan waar patiënten voor langdurige tijd kunnen worden opgenomen. Gedurende de oorlog was er een Servische legereenheid gevestigd, waardoor je niet wil weten wat er toen met de patiënten is gebeurd die er nog van voor de oorlog verbleven. Maar vlak na de oorlog – toen nauwelijks iets nog in Kosovo functioneerde – werden daar wel alle psychiatrische patiënten naar toe gestuurd. En waar men berekend was op maximaal 100 man, moest men toen meer dan 300 man huisvesten.

De inrichting biedt vandaag de dag plaats aan 68 patiënten. Het is een ruim opgezet gebouw met een mooie grote tuin eromheen, net aan de rand van het dorp. We gingen er op de bonnefooi naartoe. Andries heeft er 19 jaar geleden de situatie proberen te verlichten door een aantal van de zwaarste gevallen over te plaatsen naar ‘zijn’ gevangenis in Lipjan. Hij had de ruimte en kon op deze manier iets doen aan de onmogelijke situatie in Shtime waar de ‘gekken’ gillend door de tuin holden en met zes man op een eenpersoons kamer verbleven.

We stonden voor een gesloten hek, maar werden meteen door de portier binnengelaten die ons naar de kamer van de directeur begeleidde. Een vriendelijke, enigszins gedrongen man ontving ons daar met koffie, zonder dat hij ook maar enige notie had van wie wij waren of wat we daar kwamen doen. Op Andries’ verhaal reageerde hij met een mooi praatje over hoe goed het er nu ging en hoeveel ze gehad hebben aan o.a. Europese steun. Het gebouw was onlangs flink gerenoveerd.

Vervolgens zonder duidelijke overgang, begon hij ons te vertellen over de oorlog. Over hoe een meisje van toen 12 dat was verkracht door Servische soldaten, sindsdien in de inrichting verblijft. Om zijn verhaal te verduidelijken gaf hij ons 800 pagina’s tellend fotoboek waarin zonder enige terughoudenheid de gruwelijkheden van de oorlog in beeld zijn gebracht. Om ons daarna een rondleiding te geven door het prachtige gebouw met het bijna voltallige personeel, waarbij we werden voorgesteld aan flink aantal patiënten. Onder welke ook dat meisje van toen, die inmiddels een jonge vrouw was geworden.

Een psychiatrische inrichting is in mijn ogen een verafgelegen ommuurd en afgesloten gebouw, waarbij wat zich daarbinnen afspeelt volledig is afgesloten van de buitenwereld. Hier was het bijna het tegenovergestelde. Enkelen van zijn patiënten mochten zelfs van het terrein af en het dorp in om koffie te gaan drinken.

Zo hebben wij ook nog koffie gedronken met de man die de eigenaar bleek te zijn van het Italiaanse restaurant waar Andries vroeger kwam, maar wat nu niet meer bestond. Als we volgend jaar weer terug zouden komen, zou zijn nieuwe restaurant op die nu lege plek weer geopend zijn, verzekerde hij ons. Of die lege plek nu leeg was omdat zijn neef wraak had genomen voor het opblazen van zijn zaak 19 jaar geleden door deze man, hebben we hem maar niet gevraagd.